De kunst van niet-verbeteren.

Laat ik iets voor zijn voordat ik aan de rest begin.

Naar Montenegro vliegen om een week te fietsen door de bergen, dat is een luxe. Ik had de tijd, de middelen, en een vriend die net zo makkelijk alles kon laten vallen. Niet iedereen heeft dat, en ik bouw er geen verontschuldigend zinnetje omheen. Het is gewoon zo. Laat ik het hebben over wat ik daar echt ben tegengekomen.

Zeven dagen. Kleine tassen. Bergen.

Meer was het plan niet.

Zen was het niet. Dag één ging ik over het stuur, heup open en flink dik, meteen een lekke band, tien minuten in een trip waar ik maanden naartoe had geleefd. Dag vier lag ik er weer naast, met een verbogen derailleur die we onderweg moesten vervangen. Tel daar nog wat kleinere mechanische tegenslagen bij op, en je krijgt een week die van binnenuit een stuk minder sereen voelde dan op de foto's.

Dat vertel ik je omdat de rest idyllisch gaat klinken. En dat was het ook. Maar niet omdat er niets misging. Het was idyllisch omdat het zo weinig uitmaakte wanneer dat wel gebeurde.

De hitte. Het water. De burek.

Het mooie zat 'm niet in de prestatie. Regen kregen we niet, wel hitte, het soort dat van een klim een onderhandeling met je wilskracht maakt. 2.400 hoogtemeters op een dag, geen wolkje, watersources verder uit elkaar dan de kaart deed vermoeden.

Brandstof was Turkse koffie en burek — hartig bladerdeeggebak met kaas of vlees, overal te krijgen. Goedkoop, vullend, goed voor zo'n vier uur klimmen.

Tussendoor, steeds weer: de huilende hond om zes uur 's ochtends in Žabljak die alles juist levendiger maakte. Een Frans bikepacking-stel dat precies op het juiste moment opdook — zij gaf haar slippers aan Dayne, die de zijne was kwijtgeraakt. Een biertje na een zware dag, in een stadje waar we nog nooit van hadden gehoord. Om negen uur al onder zeil.

Niet verbeteren. Gewoon aanwezig zijn.

Mark Manson zei het laatst treffend: zelfverbetering is belangrijk, maar minstens zo belangrijk is interesse voor dingen die niets verbeteren. Kletsen over niks. Stilzitten. Lachen om iets dat nergens op slaat.

Daar voeg ik de valpartijen aan toe. De verbogen derailleur. Het uur kwijt aan een lekke band, in 32 graden, zonder schaduw. Die tellen net zo hard mee als dat kampvuur. Niets geoptimaliseerd, gewoon opgelost, bij de volgende klim alweer vergeten.

Niet omdat je er beter van wordt. Maar omdat je er aanwezig van wordt. Op de goede dagen, en op de slechte.

Je hoeft niet naar Montenegro.

Ik ben coach. Ik help mensen met richting en helderheid. Maar je hebt geen vlucht naar Montenegro nodig om iets hiervan te ervaren.

Een middag zonder telefoon. Een wandeling zonder bestemming. Lang genoeg ergens oncomfortabel zitten tot je vergeet op de klok te kijken. De bergen gaven mij een week gedwongen oefening in iets wat je net zo goed in een uur kunt doen, waar dan ook, voor niks.

Montenegro heeft niks opgelost. Hoefde ook niet. Dikke heup en al herinnerde het me eraan hoe het voelt om mens te zijn in plaats van een to-do-lijst.

Fijn om terug te zijn. En eerlijk gezegd ben ik nu alweer aan het denken over volgend jaar.

— Dirk

Volgende
Volgende

De kaart klopt. Het terrein niet.